Homepage / interviews / Interview

Interview met Henk Jans

Arts/medisch milieukundige en chemicus, Bureau Gezondheid Milieu en Veiligheid van de GGD’s in Brabant en Zeeland, 06-02-2007
Als medisch specialist gevaarlijke stoffen van het Bureau Gezondheid Milieu en Veiligheid van de GGD’s in Brabant en Zeeland houdt u zich vanuit gezondheid bezig met het veilig omgaan met chemische stoffen. Wat staat er deze maand op uw agenda?

“Op dit moment spelen in Brabant verschillende maatschappelijk gevoelige onderwerpen, waarbij het onderwerp ‘gezondheid’ in relatie tot gevaarlijke stoffen in de directe leef- en woonomgeving van mensen en in het milieu in het geding is. Allereerst het uraniumprobleem bij een aantal stortplaatsen. Vanuit de GGD’s wordt van mij als adviseur van de provincie Noord-Brabant een helder oordeel gevraagd wat de betekenis hiervan is voor de volksgezondheid en wat de beheersstrategie van de provincie zou moeten zijn richting de samenleving. Daarnaast krijg ik de komende weken te maken met het uitkomen van de resultaten van eenaantal onderzoeken naar aanleiding van de al decennia slepende cadmiumproblematiek in de Kempen. Er is een onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van cadmiumgerelateerde kanker in het gebied (meer dan 300 km2) en naar het voorkomen van cadmium en andere metalen in huisstof, lucht en bodemstof in de directe woon- en leefomgeving van mensen in het gebied.

Verder werk ik mee aan een workshop op een werkconferentie, waarbij drie protocollen worden gepresenteerd: protocol verdachte objecten, protocol decontaminatie na besmetting met gevaarlijke stoffen, protocol schuilen, ontruimen en evacueren bij incidenten met gevaarlijke stoffen. 

Daarnaast moet ik nog ten behoeve van de nieuwe editie van het Chemiekaartenboek een aantal kaarten kritisch beoordelen op de gezondheidskundige aspecten, zoals die door de medische redactie zijn opgesteld en zoals die op de kaart vermeld zullen worden. Dit vanuit mijn directe betrokkenheid in de medisch toxicologische commissie waarvan ik al ruim 7 jaar voorzitter ben. 

Verder is het deze maand niet uitgesloten dat ik als deskundige voor de rampenbestrijding in Zuid-Nederland betrokken raak bij een aantal incidenten met gevaarlijke stoffen, waarbij mogelijk de omgeving een gevaar kan lopen. Afgelopen maand ben ik bij twee incidenten betrokken geraakt. Eén naar aanleiding van een brand in een fietsenzaak, waarbij vuurwerk was opgeslagen en waarbij asbest was vrijgekomen in de omgeving. Een andere waarbij iemand binnen een buitenkwikthermometer had gebroken en vragen had over de eventuele gevaren voor de gezondheid van dit kwik en hoe te handelen om risico’s op een kwikvergiftiging te voorkomen.”

 


Wat is de belangrijkste trend binnen uw vakgebied en wat zijn de valkuilen?

“Steeds vaker en eerder worden we vanuit de samenleving geconsulteerd met vragen als het gaat om de risico’s van gevaarlijke stoffen. Burgers en bestuurders raken snel in paniek als ze geconfronteerd worden met gevaarlijke stoffen. Niet alleen vanwege de vele vragen vanuit de samenleving, maar ook omdat men bang is dat er onrust zal ontstaan, waarop men op een snelle en transparante wijze moet reageren. Met de zin ‘er is geen gevaar geweest voor de gezondheid’, kan men steeds moeilijker uit de voeten, omdat dit eerder wantrouwen dan vertrouwen oproept. 

Daarnaast zie ik dat de verantwoordelijkheden over hoe omgegaan moet worden met gevaarlijke stoffen door de overheid steeds meer wordt weggelegd bij diegenen die deze stoffen maken, namelijk het bedrijfsleven zelf. Verder zie ik dat disciplines die in de jaren tachtig en negentig nog op veel plaatsen aanwezig waren, zoals het vakgebied Arbeidstoxicologie, steeds verder wegzakken en verdwijnen. In plaats daarvan is internet een bron van informatie geworden waarbij vaak niet altijd even duidelijk is wat de waarde hiervan is en hoe betrouwbaar die informatie is. Onlangs moest ik een aantal praktijkopdrachten van studenten geneeskunde en gezondheidswetenschappen over gevaarlijke stoffen beoordelen. Opvallend hierbij was het gebruik van Wikipedia als bron van informatie over de chemische en medische aspecten van een aantal stoffen.”

 

Brussel krijgt steeds meer zeggenschap. Hoe gaat u daar mee om?

“De Europese regelgeving op gebied van zowel milieu als gevaarlijke stoffen in relatie tot gezondheid neemt een steeds belangrijkere plaats en legt aan het optreden van de nationale overheid steeds meer eisen op voor wat betreft de verdere implementatie. Denk aan de normstelling rondom luchtkwaliteit, het introduceren en invoeren van REACH en het implementeren van het nieuwe indeling- en etiketteringsysteem voor gevaarlijke stoffen. Europese harmonisering is een goede zaak en kan de wijze waarop wij veilig moeten kunnen omgaan met allerlei chemische producten alleen maar verbeteren. Van de honderdduizend stoffen die op de markt zijn, weten wij eigenlijk nog maar van een fractie wat hiervan de consequenties voor de gezondheid zijn.” 

 


Welke rol speelt de Nederlandse overheid hierbij?

“Een nadeel is dat het voor de burger en de werknemer steeds minder inzichtelijk wordt wat er allemaal gebeurt en dat de kans bestaat dat de onzekerheid voor henalleen maar toeneemt. Voor de burger en soms ook voor diegenen die de overheid moeten controleren is ‘Brussel’ heel ver weg en vaak een ver van mijn bedshow. Hoe ziet de overheid er op toe in controle en handhaving dat ook daadwerkelijk gebeurt dat wat er afgesproken is. Daarnaast zie je dat er steeds minder ervaren en deskundige mensen zijn, zowel bij de overheid als het bedrijfsleven die het proces kunnen sturen, waardoor het gevoel van onzekerheid alleen maar zal toenemen. Communicatie, openheid en transparantie van de overheden en bedrijfsleven zullen in dit proces een steeds belangrijkere plaats innemen, wil het vertrouwen van de burger in hen niet volledig wegzakken en verdwijnen. Een ieder zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en die niet weg willen of moeten schuiven achter verplichtingen.”

 

Chemiekaarten.nl is online beschikbaar via www.chemiezone.nl Welke toegevoegde waarde heeft de online?

“Het is goed dat tegenwoordig de chemiekaarten online beschikbaar zijn. Het geeft voor iedereen directe en snelle toegang tot informatie over de chemische, fysische en medische aspecten van chemische producten en over hoe er veilig gewerkt kan en moet worden met deze producten. Daarnaast zie je dat ze op een dergelijke manier van beschikbaar stellen veel breder gebruikt kunnen gaan worden; niet alleen op de werkvloer, maar ook bij incidentbestrijding en vergunningverlening en bij allerlei vormen van kennisoverdracht over chemische producten, zoals bijvoorbeeld via het onderwijs.

Dit betekent ook dat ze altijd up-to-date en honderd procent betrouwbaar moeten zijn en dat ze moeten kunnen concurreren met andere databestanden die over dit onderwerp via internet beschikbaar worden gesteld. Dit stelt weer hoge eisen aan de kwaliteit van de kaarten en dus ook aan de makers van de kaarten. Het online beschikbaar stellen van informatie moet niet leiden tot schijnveiligheid en -zekerheid.”